Een hoge prijs om de illusie van controle te behouden

Gepubliceerd op Auteur: koenarchief

Bron: De Morgen

Psycholoog Roland Sinnaeve is voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen. Hij is verbonden aan het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven.

Ik behoor tot een team van witte raven in de psychiatrie. We behandelen mensen voor wie suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag een way of life is geworden, op een volledig ambulante manier. De cliënten komen één tot twee keer per week naar ons centrum. Ze kunnen zelf bepalen of ze aan ons programma deelnemen of niet.

Is hun suïcidaal gedrag dan enkel aanstellerij? Toch niet. Zonder de juiste behandeling maakt één op de tien vroegtijdig een einde aan het leven. Wetenschappelijk onderzoek leert echter dat een gespecialiseerd, ambulant behandelaanbod het beste werkt. Sterker nog, er zijn studies waaruit blijkt dat de kans op een suïcidepoging bij deze doelgroep net groter wordt als de ambulante behandeling wordt onderbroken met een opname.

Klinisch psychologen weten al langer dat mensen pas tot duurzame verandering komen als ze hier zelf voor kiezen. We moeten er met andere woorden op vertrouwen dat cliënten zelf weten wat op lange termijn het beste voor hen is en hen de ruimte laten om die keuze te maken. Wanneer het gaat over levensbedreigend gedrag, dan druist dat vertrouwen in tegen onze natuurlijke reflex. Luisteren naar hoe iemand de pro’s en contra’s van risicovol gedrag afweegt, zonder in te grijpen, roept spanning en machteloosheid op. Veel mensen, inclusief de cliënten zelf, vinden dat mensen die met dergelijke neigingen rondlopen tegen zichzelf moeten worden beschermd.

In de psychiatrie zijn er tal van middelen voorhanden die op zo’n moment de illusie van rust en controle creëren: opnames, sederende medicatie, afzonderingskamers, fixatiemateriaal. Het mag duidelijk zijn dat deze enkel helpen op korte termijn. De meeste mensen worden er niet bepaald levenslustiger van. Bovendien is het voor eender wie onmogelijk om te weten of en wanneer iemand uit het leven stapt. Als je die onzekerheid niet kunt verdragen, dan moet je honderd mensen onder de duim houden in de hoop dat dit beleid voor één iemand levensreddend is.

Een verdeling waarin meer dan 80 procent van alle middelen naar de psychiatrische ziekenhuizen gaat en minder dan 5 procent naar ambulante zorg, is onhoudbaar.

Als we collectief bereid zouden zijn om – met name in tijden van crises – het vertrouwen in de mens die voor ons zit te behouden, dan zouden we heel wat bedden, medicatie en dwangmaatregelen kunnen afbouwen. Hierdoor zou er ineens een pak geld vrijkomen dat we een nieuwe bestemming kunnen geven. Toegeven aan ons verlangen naar rust en controle is namelijk ineffectief op lange termijn én kostelijk.

Een deel van het vrijgekomen budget zouden we opnieuw kunnen investeren. Bijvoorbeeld in de implementatie van wetenschappelijk onderbouwde zorgprogramma’s, praktijkonderzoek en intervisie. Intervisie is met name van belang voor de hulpverleners die het dichtst bij de cliënten staan. In de psychiatrie zijn dat momenteel de verpleegkundigen.

Tegelijk kunnen we ons afvragen of het vrijgekomen geld wel in de psychiatrische ziekenhuizen moet blijven. Het is namelijk al lang duidelijk waar meer middelen broodnodig zijn: het wegwerken van het schrijnende tekort aan betaalbare, psychologische behandeling in de eerste en tweede lijn.

De ziekenhuisdirecties en psychiaters beseffen dit. De ministers eigenlijk ook. Een verdeling waarin meer dan 80 procent van alle middelen voor geestelijke gezondheidszorg naar de psychiatrische ziekenhuizen gaat en minder dan 5 procent naar ambulante zorg, is onhoudbaar. Vervolgens verstoord reageren als er kritische vragen worden gesteld, is eigenlijk een beetje gênant.

Laten we samen zoeken naar de kern van waarheid in de kritiek.